Rhodesian Ridgeback Pup handleiding bij aanschaf

Als u een pup wilt aanschaffen, neemt u een beslissing die van invloed is op minimaal 10-12 jaar van uw leven! Een verkeerde beslissing kan veel ellende opleveren, terwijl een goed doordachte beslissing u jarenlang plezier kan bezorgen. En niet alleen voor u geldt dit, want er hangt ook een hondenleven aan vast door uw keuze! Wij hopen dat deze handleiding u kan helpen om  de juiste beslissing te nemen, en om van uw pup een gelukkige, sociale huisgenoot te maken.

De Rhodesian Ridgeback is een geweldige hond, echter niet voor niets wordt er wel gezegd “maar, niet voor iedereen!”. Het is een hond waarvoor u een speciale mentaliteit nodig hebt, anders zult u zijn unieke eigenschappen niet kunnen waarderen. Wilt u een hond die al uw commando’s klakkeloos uitvoert, perfect luistert en volledig afhankelijk van u is, dan zit u bij dit ras verkeerd!!

Kunt u echter de arrogantie van een hond met een hoge eigenwaarde waarderen, en kunt u er ook eens om lachen als de hond tijdens zijn gehoorzaamheidsexamen ineens “in staking” gaat, en bent u bereid om ook eens wat verder te rijden om uw Ridgeback veilig ver weg van alle verkeer heerlijk uit te laten rennen, dan zult u veel plezier aan de hond beleven. Er wordt wel gezegd “ de Ridgeback stelt zich op als partner van de baas, en niet als slaaf”. De kunst van het opvoeden van een hond in het algemeen, en die van een Ridgeback in het bijzonder, is niet om hem met geweld op zijn plaats onderaan in de rangorde te houden, maar om met beleid en verstand zijn gedrag zo te sturen dat u goed met hem kunt samenleven. De band tussen hond en baas moet gebaseerd zijn op vertrouwen en niet op straf en bedreiging.

Inhoud van de Handleiding

  • Is de Ridgeback geschikt voor u?
  • Aanschaf van een Ridgeback.
  • De eerste dagen met uw pup.
  • Socialisatie van de pup.
  • Voeding van de pup.
  • Opvoeding en training.

Is de Ridgeback geschikt voor U?

Als u kiest voor een bepaald ras, kiest u niet alleen voor het aantrekkelijke uiterlijk. Natuurlijk, het uiterlijk is het eerste wat u opgevallen is, maar als u een hond aanschaft leeft u ongeveer 12 jaar met de ras specifieke karaktereigenschappen. Het is dus bijzonder belangrijk om u van tevoren te verdiepen in het karakter van het ras. Als bepaalde eigenschappen u niet bevallen denk dan niet “oh, maar dat krijg ik er wel uit”, maar doe de hond en uzelf een plezier, en kies een ras dat wel in alle opzichten bij  u past.

De Ridgeback behoort tot de groep “lopende jachthonden”. Deze ras groep bestaat voornamelijk uit jachthonden die grotendeels zelfstandig jagen, meestal in roedelverband. Daarbij heeft de Ridgeback, anders dan de meeste honden uit deze groep, ook nog wat windhond kenmerken. Voeg daarbij nog eens wat waakeigenschappen, en je hebt een heel aardig beeld van de Ridgeback. Zelfstandig jagen houdt in dat de hond op eigen initiatief op zoek kan gaan naar wild. Konijnen, hazen, herten en zwijnen zijn meestal hun leven niet zeker als er een Ridgeback door het bos loopt! Is de Ridgeback eenmaal op jacht, dan kan het moeilijk zijn om tot hem door te dringen en hem terug te laten komen (zie Opvoeding en training).
Een erfhond is de Ridgeback dus ook zeker niet; als er geen groot, stevig hek om het terrein of de tuin staat, zal hij zeker op stap gaan! Als u wandelt op plaatsen waar veel wegen in de buurt zijn, moet u er rekening mee houden dat deze jachtdrift gevaarlijke situaties kan opleveren. Het achterna jagen van bewegende voorwerpen, zoals fietsers, brommers en ruiters, is ook regelmatig een probleem bij Ridgebacks, hoewel dit door een juiste opvoeding goed voorkomen kan worden.

Het waakinstinct is in de Ridgeback behoorlijk ontwikkeld, maar hij toont dit wat anders dan bijvoorbeeld de Duitse of Belgische Herder. Een Ridgeback is meestal geen blafferige hond, maar dit wil niet zeggen dat hij niet alert is en niet in de gaten houdt wat er gebeurt. Er wordt wel gezegd dat de Ridgeback het verschil tussen goede en kwade bedoelingen heel goed doorheeft. Of dit echt zo is, waag ik te betwijfelen, maar zeker is dat de Ridgeback duidelijk zijn voorkeur voor mensen kan tonen of zijn afkeuring kan laten blijken. Door zijn onafhankelijke karakter zal hij niet wachten op een teken van de baas, maar zelf bepalen wie hij wel en niet vertrouwt.

Kan een Ridgeback ook buiten leven?

Een Ridgeback hoort in huis, dicht bij het gezin te leven. Leven in een kennel zal hem veranderen in een wantrouwige, soms zelfs agressieve hond. Hij heeft constant contact met mensen en andere dieren nodig om sociaal te blijven! Daarbij komt dat ze een hekel hebben aan kou en nattigheid, door hun korte, enkele vacht en lage percentage lichaamsvet zullen ze niet goed “gedijen” in ons koude, natte klimaat als ze niet binnen leven.

Wat voor tehuis heeft de Ridgeback wel nodig?

Een groot huis heeft u niet nodig, en een grote tuin is niet noodzakelijk, immers u gaat toch iedere dag met hem wandelen!?  Gezelschap is voor ieder hond van belang, dus werkt u hele dagen dan is het nemen van een hond puur egoïsme. Onzindelijkheid, sloopgedrag, geblaf, allemaal gevolgen van frustratie veroorzaakt door te vaak of te lang alleen thuis blijven. Werkt u parttime en kunt u de eerste weken vrij nemen om de pup er langzaam aan te wennen dat hij een paar uurtjes alleen moet blijven, dan is het wel mogelijk om een pup te nemen, mits u in de overige uren veel met de pup bezig bent.

Kan de Ridgeback met kinderen samenleven?

Jazeker, hoewel dit eigenlijk meer afhangt van de kinderen dan van de hond. Respecteren de kinderen de hond en behandelen zij hem niet als speelgoed, dan zal de Ridgeback  zich prima op zijn gemak voelen met (oudere) kinderen. Hele jonge kinderen hebben nog geen begrip van

waarschuwingssignalen als grommen, en zijn nog niet in staat om de hond met rust te laten. Aangezien de Ridgeback niet alles zal tolereren, kan dit wel gevaarlijke situaties opleveren. Alles valt en staat met een goede begeleiding door de ouders. Kinderen horen NOOIT alleen gelaten te worden

met honden, voor hun eigen veiligheid en die van de hond!

Aanschaf van een Ridgeback

Als u eenmaal besloten heeft dat de Ridgeback goed bij u past, dan zijn er verschillende keuzes die u moet maken.

Pup of volwassen hond?

Meestal kiezen mensen voor een pup. Logisch, want het is erg leuk om een pup op te voeden. Echter, er kleven natuurlijk ook nadelen aan. U zit vreselijk gebonden, vooral de eerste weken, en misschien bent u er wel niet zeker van dat u in staat bent om een pup op te voeden tot sociale, gehoorzame hond. Een goede mogelijkheid is ook altijd om een volwassen hond in huis te nemen, via de officiële  meldingen van herplaatsing . Deze honden worden voor herplaatsing aangeboden door eigenaren die om wat voor reden dan ook denken dat de hond beter af is bij een andere eigenaar. Over het algemeen ligt de oorzaak daarvan niet bij de hond zelf, maar bij de woon/werksituatie van de eigenaar. Echtscheidingen en verhuizingen zijn veelgehoorde redenen voor verzoeken tot herplaatsing. De leeftijd van herplaatshonden varieert van enkele maanden tot 10 jaar of ouder, maar meestal betreft het honden van een jaar of 1-4. Is dit iets voor U dan kan ik u de weg wijzen.

Reu of teef?

Over het algemeen gaat men ervan uit dat teven gemakkelijker op te voeden zijn dan reuen. Echter, Ridgeback teven kunnen pittige dames zijn, terwijl de reuen soms echt goedmoedige knuffels zijn. Volwassen, ongecastreerde reuen kunnen de neiging hebben zich te willen bewijzen t.o.v. andere reuen, en zijn natuurlijk geneigd om “lekker-ruikende” dames te achtervolgen. Teven kunnen ook hun bedenkingen hebben bij seksegenoten, maar meestal wat minder dan de reuen. Teven zijn soms wat waakser en meer geneigd om bijvoorbeeld de kinderen van het gezin te beschermen, wat lastig kan zijn als er regelmatig vriendjes komen spelen. Uiteraard speelt mee bij een teef haar moment van loopsheid, maar dat hoeft niet echt een probleem te zijn een opvang broekje zorgt voor prima bescherming van uw omgeving. Vraag anders naar meer info hierover.

Waar koop ik de pup?

Een hele belangrijke vraag! Er wordt veel gefokt in Nederland, en de Ridgeback begint toch een aardig populair ras te worden. Het grote nadeel van deze trend is, dat er veel mensen nestjes fokken die met te weinig verstand van zaken, en met de verkeerde doelstelling pups op de wereld zetten.  In een wereld waarin al teveel honden in asiels belanden, en er teveel honden zijn met gezondheidsproblemen, moeten we ervoor waken om klakkeloos hondjes op de wereld te zetten. De ouderhonden moeten iets bij te dragen hebben aan het ras, qua gezondheid, karakter, en als het meezit ook qua uiterlijk. Onze honden zijn daarom getest op het meest mogelijke wat er bekend is om te testen, en hebben daarin zeer hoog gescoord. Test uitslagen aanwezig ter inzage.

Waar moet ik op letten als ik een fokker bezoek?

Allereerst; de fokker en de ouderdieren moeten u aanstaan.

Als u een pup koopt bij iemand die u vriendelijk en uitgebreid te woord staat, en die met zorg voor zijn pups nieuwe eigenaren selecteert, dan heeft u in de toekomst altijd iemand die u kan helpen als er problemen zijn. Een fokker blijft altijd in zeker mate medeverantwoordelijk  voor zijn pups!

Verwacht ook vragen van de fokker aan u; het zou hem moeten interesseren wat voor leven u de pup kunt bieden! Een fokker die het niet kan schelen waar de pups belanden, zal zeker niet klaar staan om u te helpen als er iets mis gaat. Uiteraard wilt u de moeder, en liefst ook de vader, van het komende nest ontmoeten. Deze beide honden bepalen tenslotte hoe uw pup er uit zal zien, en in bepaalde mate, hoe hij van karakter zal zijn. De moeder mag niet agressief of schuw zijn, (is iets anders dan waaks en terughoudend) dit zal zij namelijk genetisch doorgeven aan haar pups, en bovendien een zeer slecht voorbeeld geven aan de pups, waardoor zij al jong hetzelfde gedrag kunnen gaan vertonen. 

Hoe groeien de pups op?

Leven zij in een kennel, geïsoleerd van alle indrukken waar zij later mee om moeten kunnen gaan (huiskamergeluiden, mensen, andere dieren, etc.), dan is het risico groot dat u een slecht gesocialiseerde pup krijgt. De socialisatie van een jonge hond bepaalt in zeer sterke mate hoe zijn gedrag zich zal gaan ontwikkelen. Wantrouwen in de mens en zijn leefomgeving zal vaak resulteren in agressie of vluchtgedrag. Pups die opgroeien in de huiskamer hebben meer contact met mensen en allerlei andere indrukken en zullen over het algemeen stabielere honden worden. (mits u uiteraard

door blijft socialiseren!). Het is verder belangrijk dat de fokker zich goed verdiept in de persoonlijkheid van zijn pups en u goed adviseert welk hondje het beste in uw situatie past.

@ Laat de fokker een pup voor u kiezen, want uw eigen keuze kan nooit zo goed onderbouwd zijn als de keuze van iemand die de pup 8 weken lang verzorgd heeft.

Is de omgeving van het nest schoon?

Slechte hygiëne is niet alleen een risico wat betreft besmettelijke ziektes, maar kan ook tot gevolg hebben dat uw pup langzaam zindelijk zal worden. Een pup went namelijk snel aan dingen; als hij teveel in de lucht van ontlasting zit, zal hij er ook steeds minder moeite mee hebben om zijn eigen

omgeving te bevuilen.

Is het nest gecontroleerd op Dermoid Sinus?

De Dermoid sinus/cyste (DS) is een erfelijke afwijking die voorkomt bij de Ridgeback. De DS is als het ware een opening in de ruglijn, die helemaal door kan lopen tot in het ruggenmerg. Het is een zeer pijnlijke afwijking, omdat er in die opening infecties op kunnen treden. De DS kan zo klein zijn dat een leek het niet kan zien, en alleen een ervaren fokker het kan ontdekken. Vanuit de dierenkliniek  worden er nestinventarisaties gedaan, waarbij onder andere gecontroleerd wordt op DS. 

Krijgt u inzage in alle papieren?

Wat u in ieder geval te zien zou moeten krijgen is de Rhodesian Ridgeback Internationaal stambomen van beide ouders en de gezondheidsuitslagen. HD en ED (elleboogdysplasie) komen beide voor in het ras, hoewel de laatste (nog) in mindere mate. Op het ED formulier mag alleen maar “ED 0-0” staan, op het HD formulier mag alleen HD A of HD B staan. Wij Roodepracht gaan daar nog verder op in en hebben onze ouderdieren op meerdere  punten laten testen.

Welke pup kies ik?

Als de fokker graag zelf een pup voor u wil uitkiezen, op basis van uw speciale wensen (reu of teef, alleen huisgenoot of ook fokhond, donker of wat lichter van kleur etc.) wees dan niet teleurgesteld. Uw eigen keuze is gebaseerd op toevalligheden; u zult het pupje kiezen wat u op dat moment het

“liefste aankijkt”. De fokker kent, als het goed is, zijn pups door en door. Hij of zij zal u precies kunnen vertellen welke de rustige pups zijn, en welke de wat drukkere. Als u jonge kinderen heeft, is het niet verstandig om het schuchtere pupje te kiezen, terwijl een wat drukker hondje het beste past bij een actief iemand. Denk niet in termen als “dominant” of “onderdanig” Dit zijn geen termen om een hondje mee te beschrijven, omdat dominantie en onderdanigheid geen karaktereigenschappen zijn, maar gedragingen. Iedere hond kan dominant en onderdanig gedrag vertonen. Het is dus volslagen onzin om van een dominante pup te spreken, want het ligt er maar net aan wie hij tegenover zich heeft.

Dominantie is overigens een veel misbruikte term, omdat het vaak verward wordt met agressie of luidruchtigheid. Het pupje wat in het nest de meeste herrie maakt, wordt vaak de “dominante pup” genoemd. Echter, net als bij mensen is juist degene die het meeste kabaal maakt de onzekerste. Als je veel zelfvertrouwen hebt, hoef je je niet steeds te bewijzen!

Het meest geschikt voor een gezin is een stabiel pupje, wat zich niet snel opwindt en niet onder de indruk is van geluiden, vreemde voorwerpen of onbekende mensen en dieren. Een pup met veel zelfvertrouwen zal over het algemeen rustig zijn en geen verlegenheid tonen als u hem oppakt of met hem speelt. Gedragen meerder pups zich angstig, kies dan een andere fokker!

De eerste dagen met uw pup

Als het goed is, heeft u van de fokker een aantal zaken meegekregen; voer voor een aantal dagen, een speeltje of lapje met ‘nestgeur” en een voedingsschema. De overgang naar een nieuw tehuis is een behoorlijk ingrijpend gebeuren voor een pup. Maak het hem zo gemakkelijk mogelijk, door hem rustig de tijd te geven zijn nieuwe omgeving te verkennen. Leg zijn speeltje of lapje in zijn mandje of nog liever gebruik een Bench, leg er een paar brokjes in en laat hem verder zijn gang gaan. Geef hem overdreven veel speelgoed zodat hij andere zaken met rust laat. En vernieuw dit speelgoed een keer met iets anders zorg dat hij uitdagingen blijft houden, zo niet dan zoekt hij ze zelf !! 

Een Bench is eigenlijk een must. Als hij  te druk is moet je hem in bescherming kunnen nemen en even een uurtje in de Bench zodat hij zijn rust weer terug vindt. Laat hem daarna wel even buiten uit zodat hij  zich even kan ontlasten dat is gelijk een stukje zindelijkheidstraining voor langere tijd. Hij zal het hele huis verkennen, mogelijk een plasje, van de reis en de spanning en misschien wat opgewonden raken. Laat hem maar gewoon gaan, en ga er vooral niet direct buren en familie bij halen.

De eerste dagen hoeft de pup niet verder te komen dan het huis en de tuin, en eventueel de dierenarts voor zijn enting en een (dat vinden wij Roodepracht belangrijk) een gezondheidscontrole. De eerste nacht kan voor een pup heel traumatisch zijn. Hij is nog nooit alleen geweest, en moet nu, in een onbekend huis, de nacht doorbrengen zonder het gezelschap en de warmte van zijn moeder en nestgenootjes. Een kruik en een wekker, zoals wel eens aangeraden wordt, zijn natuurlijk geen substituut waar de pup iets aan heeft. U kunt hem helpen door hem de eerste nachten niet alleen te laten slapen. Neem hem mee in een Bench of grote doos, en zet hem naast uw bed. U kunt dan af en toe een hand in zijn “bed’ steken, zodat hij weet dat hij niet helemaal alleen is. Wat nog beter is, hem in de huiskamer te laten en er zelf bij gaan liggen, dan hoeft hij later niet nog een keer over te wennen van slaapkamer naar zijn nieuwe vaste plek. Bovendien u zult eerder wakker worden als hij piept en hem tijdig uit kunnen laten. Reken er dus op dat u er de eerste nachten  er uit zult moeten om hem zijn behoefte te laten doen (belangrijk voor de  snelle zindelijkheid). Een Bench kan ook goed als definitieve  plek dienen voor de nacht,  koop er één die voldoet aan de maat van een volwassen RR (80x120) en maak hem in het begin kleiner door de halve ruimte te vullen met een passende doos of een tussenwandje.

Zindelijkheid

Zindelijk maken is een taak van de hele familie. Dus ga op toerbeurt met de pup naar buiten om hem uit te laten. Een pup heeft van nature al een bepaald zindelijkheidsgevoel en de neiging om steeds op dezelfde plaats zijn behoefte te willen doen. U kunt hiervan gebruik maken door hem vaak de kans te geven het te doen op de plaats waar u hem zindelijk wilt maken. Zet hem steeds op dezelfde plaats en ga geen hele einden met hem wandelen! U gaat alleen naar buiten om hem te laten plassen tijdens deze “sanitaire uitjes”. Hoe minder afleiding, hoe eerder hij zijn behoefte zal doen. Als u helemaal naar het  park gaat is hij waarschijnlijk te druk met van alles en zal vaak pas plassen als u weer thuis bent.

Dus, een klein stukje lopen, altijd op hetzelfde plaats. Uiteraard prijst u hem de hemel in als hij  “het” gedaan heeft !  Als u bij ieder plasje het woord “plassen” noemt, kunt u hem bovendien heel gemakkelijk leren om op dat commando te plassen, ideaal als u later eens weinig tijd heeft!

Een pup heeft maar beperkte controle over zijn blaas en darmen. Als u hem niet in het begin ieder uur en later iedere 2uur naar buiten laat, zal hij het binnen doen. Hij kan niet anders! Straf een pup nooit voor ongelukjes in huis! Een pup plast niet in huis om stout te zijn, of om u te pesten, maar omdat hij niet anders kan! Als u even nadenkt zult u meestal wel een reden kunnen vinden waarom hij het in huis deed; even niet goed opgelet?  Vaak melden ze zich naar een paar keer al bij de buitendeur dit moment mag u niet mislopen!  Ook al bent u druk bezig.  Niet op tijd naar buiten gelaten?  Als u de pup straft (“foei” is ook straf, en “wat heb je nu gedaan” ook!), zal het hondje steeds onzekerder worden. En een onzeker hondje zal sneller plassen in situaties die hij niet goed aankan, dus heeft u niet alleen het hondje hiermee, maar ook uzelf. Hoe meer tijd u steekt in het opletten op de pup, hoe sneller hij aan zal aangeven dat hij naar buiten moet. Standaard altijd na het eten, na het spelen, na het slapen zet u hem z.s.m. buiten en verder op alle momenten waarop hij wat onrustig staat te snuffelen of te draaien. Op momenten dat u niet op hem kunt letten, is een bench  ideaal. Uiteraard niet te lang, anders dwingt u hem als het ware om zijn eigen plaats te bevuilen, waardoor hij zeker niet snel zindelijk zal worden. Over het algemeen zijn Ridgebacks snel zindelijk, een aantal weken zeer goed opletten en het ergste leed is geleden. Duurt het langer, dan doet u er goed aan de dierenarts te raadplegen of te bedenken of u zelf wel goed genoeg oplet (of de pup gestraft heeft voor ongelukjes).  

Socialisatie van de pup

Socialiseren wil zeggen; de pup laten wennen aan allerlei verschillende situaties, waar hij ook tijdens de rest van zijn leven mee te maken zal krijgen. De socialisatie bepaalt voor een zeer groot gedeelte hoe de hond zich later zal gaan gedragen en is dus uitermate belangrijk.

De eerste fase van de socialisatie vindt al plaats in het nest, bij de fokker. Vanaf een week of 2-3, als de oogjes een oortjes functioneren, gaat de pup indrukken van buitenaf in zich opnemen. Groeit de pup geïsoleerd op, in een prikkel-arme kennel, dan zal hij daar de rest van zijn leven de gevolgen van ondervinden. Deze periode kan nooit meer ingehaald worden! Als u daarentegen een goede fokker uitkiest, die veel met de pups bezig is geweest, ze heeft laten kennismaken met allerlei mensen, dieren, geluiden en voorwerpen, dan heeft u in ieder geval een hondje met een goede basis voor stabiel gedrag. Of de pup inderdaad een stabiele hond zal worden, hangt echter af van wat u verder met hem gaat ondernemen. De socialisatieperiode loopt door tot de hond in feite volwassen is, maar tot 18 weken wordt het fundament gelegd..

Socialisatie schema

Belangrijk: dit is een voorbeeld programma! 

Dit schema is een richtlijn voor de socialisatie van een jonge pup (vanaf 8 weken). Het dient als voorbeeld voor een socialisatie programma en kan aangevuld worden met specifieke zaken waarmee uw eigen pup in de toekomst mee te maken zal krijgen.

Teveel socialisatie is net zo slecht als te weinig, overdonder de pup niet en doe niet teveel achter elkaar. Gun de pup na iedere “spannende” ervaring een dag rust om de opgedane indrukken te verwerken.

Als u merkt dat de pup erg moe of erg druk is na een nieuwe ervaring, heeft u teveel met hem gedaan. Doe dan een stapje terug en geef hem extra rust.

Als uw pup ergens van schrikt, troost hem dan niet! Wacht rustig af tot hij uit zichzelf herstelt en laat hem zelf het

voorwerp/geluid waarvan hij schrok gaan bekijken. Geef niet toe aan vluchtpogingen, til hem niet op als hij bang is en negeer zijn angst.

Erg spannende dingen kunt u doen met de pup op de arm, laat hem de eerste keer alles vanaf deze veilige plek bekijken en zet hem pas neer als hij volkomen ontspannen is.

Probeer de pup zoveel mogelijk positieve ervaringen op te laten doen. Leer hem dat vreemden leuk zijn (door ze iets lekkers te laten geven). Pas op met kinderen, laat ze de pup niet overdonderen. Rustig laten aaien, niet over de kop maar onder de kin of borst, en iets lekkers laten geven. (kop, nek en rug benadering is van nature de aanvalszijde dus geen prettige benadering van een onervaren pup).

Vermijd contacten met honden waarvan u weet dat ze niet vriendelijk of te wild zijn. Zoek leuke speelkameraadjes uit, niet teveel van alles tegelijk.

Week 1 (8-9 weken)

Dag 1 - rust, thuis blijven of alleen naar het park om met andere honden te spelen

Dag 2 - (met de auto) op visite bij vreemden (kennissen/ familie)

Dag 3 - rust, thuis blijven, wandeling in de eigen omgeving of in park

Dag 4 - (met de auto) naar het centrum van de stad. Op de arm rond laten kijken, laten aanhalen door 1 of 2  vreemden, iets lekkers laten geven.

Dag 5 - rust, thuis blijven, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 6 - openbaar vervoer, stukje met de bus rijden, op de arm houden

Dag 7 - rust, thuis blijven, wandelen in eigen omgeving of in park

Week 2 (9-10 weken)

Dag 1 - naar een school/ speelplaats. Door een paar kinderen laten aanhalen, niet teveel  tegelijk. Iets lekkers laten geven

Dag 2 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 3 - naar centrum stad, stukje zelf laten lopen. Winkel in op de arm, rustig rond laten kijken

Dag 4 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 5 - kinderboerderij/ dierentuin. Paarden of koeien in de wei, eerst op de arm, als hij rustig is neerzetten en zelf lopen

Dag 6 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 7 - wandelen langs drukke weg met veel verkeer (aangelijnd!!), of op (bus)station

Week 3 (10-11 weken)

Dag 1 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 2 - naar het strand/ bos, koffie drinken in café/restaurant

Dag 3 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 4 - mee op familiebezoek/ kennissen met katten. In vreemde omgeving wandelen

Dag 5 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 6 - naar stadscentrum of overdekt winkelcentrum. Winkels in.

Dag 7 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park 

Week 4 (11-12 weken)

Dag 1 - naar een dierenartsenpraktijk, assistente vragen om een koekje te geven

Dag 2 - openbaar vervoer, met trein/bus of tram,  in de auto mee rijden

Dag 3 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 4 - mee naar winkel, even buiten vastbinden (vanuit winkel toekijken!)

Dag 5 - andere stad, door centrum wandelen

Dag 6 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 7 - school/ speelplaats, laten aanhalen door kinderen

Week 5 (12-13 weken)

Dag 1 - bos/ strand, restaurant voor koffie/lunch

Dag 2 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 3 - kinderboerderij/ manege o.i.d.

Dag 4 - markt of drukke winkelstraat

Dag 5 - rust, wandelen in eigen omgeving of park

Dag 6 - mee naar kantoor/ werk, of op visite bij bekenden

Dag 7 - naar eigen inzicht op de arm naar de week markt

Week 6 (13-14 weken)

Dag 1 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 2 - eens kijken bij een hondenclub/kynologenvereniging (zeer leerzaam voor pup en baasje)

Dag 3 - naar de stad, winkels in, koffie op terras

Dag 4 - openbaar vervoer, NS station

Dag 5 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 6 - school/ speelplaats, kinderen koekje laten geven en aan laten halen

Dag 7 - bos/ strand

Week 7 (14-15 weken)

Dag 1 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 2 - winkelcentrum, lift in warenhuis op en neer

Dag 3 - dierenartsenpraktijk, koekje halen

Dag 4 - op visite bij bekenden (liefst met honden of andere huisdieren, altijd voorzichtig)

Dag 5 - rust, wandelen in eigen omgeving of park

Dag 6 - kinderboerderij of weilanden met koeien/paarden, laten snuffelen

Dag 7 - markt of drukke winkelstraat

Week 8 (15-16 weken)

Dag 1 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 2 - openbaar vervoer bus/trein

Dag 3 - bos/ strand

Dag 4 - café/ restaurant/ terras

Dag 5 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 6 - andere stad, aan laten halen door vreemden en iets lekkers laten geven

Dag 7 - langs drukke weg met veel verkeer wandelen (aangelijnd!!)

Week 9 (16-17 weken)

Dag 1 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 2 - paar uurtjes bij bekenden thuis laten of dagje uit logeren

Dag 3 - dierentuin/ manege/ kinderboerderij

Dag 4 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 5 - winkels, buiten vastbinden en even alleen laten

Dag 6 - naar het stadscentrum met openbaar vervoer

Dag 7 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Week 10 (17-18 weken)

Dag 1 - bos/ strand

Dag 2 –toekijken bij het uitgaan van een school

Dag 3 - naar de stad/ markt

Dag 4 - rust, wandelen in eigen omgeving of in park

Dag 5 - op visite bij bekenden met honden of andere huisdieren

Dag 6 - naar school/ speelplaats, aan laten halen door kinderen

Dag 7 - langs drukke weg wandelen (aangelijnd!!)

Hierna alle onderdelen regelmatig blijven herhalen met een aantal dagen rust ertussen. Tot de leeftijd van een jaar blijven socialiseren, daarna kan de frequentie eventueel verminderd worden. Neem de volwassen hond zoveel mogelijk mee, verveling is de grootste oorzaak van probleemgedrag!

Geef een pup veel speelgoed zodat hij andere dingen met rust laat, en wissel dit om de week dan blijft het boeiend.

Voeding van de pup 

Wat geef ik de pup te eten?

Over voeding wordt veel gediscussieerd. De wetenschap komt steeds weer met nieuwe inzichten. De veiligste methode is een compleet voer  kiezen van een goed merk. Kijk eens bij “voerwijzer.com”. Veel fokkers zweren bij het voeren van KVV vlees-voeding compleet. Wij ook ;-) Dit diepvries voer

benadert het meeste de natuurlijke manier van voeden. In tegenstelling tot complete blik- of droogvoeders, is vers vlees niet steriel, het spijsverteringsstelsel van de hond is ook niet bedoeld voor steriel voer, omdat de wolf van nature een aas-, afval- en alleseter is (info voeding roodepracht.com).

Kiest u toch voor droogvoeder, neemt u dan niet de goedkoopste (er zit ECHT geen vlees in een zak van 5 kilo voor €3,95,-, al staat er nog zo’n mooi kippetje op). Diner-producten kunnen maag-darmklachten veroorzaken en dienen vooral om er ‘lekker uit te zien” (voor de mens).
Voeg nooit of te nimmer vitamines of mineralen (zoals kalk) toe aan een compleet pup voer! Dit kan ernstige afwijkingen in het beendergestel veroorzaken. Pup voer is een controversieel onderwerp.  U kunt eventueel een speciaal voer kopen voor jonge honden van grote rassen, maar door een gewoon voer (voor volwassen honden) te kopen, loopt u misschien toch nog minder risico op problemen.

Hoeveel geef ik hem?

Uw pup moet minimaal 4 keer per dag eten, zijn maag kan nog geen grotere hoeveelheden aan. Laat het eten niet staan als hij het niet opeet, anders ontwikkelt hij het eetgedrag van een kat; af en toe een brokje. De hoeveelheid is moeilijk in een schema te zetten, omdat dit sterk afhankelijk is van het hondje zelf, zijn beweging en de snelheid waarmee hij groeit. Kijk goed naar de pup; als u de ribben een beetje kunt zien is het goed. Er hoeft geen vetlaag op te zitten, en de ribben moeten er uiteraard ook niet uitsteken. Te Snelle groei is gevaarlijk, en overgewicht kan allerlei problemen op latere leeftijd veroorzaken, dus voer in ieder geval niet teveel.

Wat mag de pup absoluut niet eten?

Als een hond gewend is aan een gevarieerde voeding, zal hij veel producten kunnen verdragen. Een aantal dingen mag hij echter absoluut nooit eten:

  • Rauw varkensvlees of ontlasting van varkens; dit kan de dodelijke virusziekte “Aujesky” veroorzaken
  • Chocola; dit bevat theobromine, onschadelijk voor mensen, maar voor honden in grote hoeveelheden dodelijk
  • Botjes van pluimvee of gevogelte; deze zijn scherp en kunnen splinteren.
  • Iets uit de pot mee kan, maar zonder enige toevoegingen en ook niet alles mag!!! kijk op internet.

Opvoeding en training

Twee verschillende onderwerpen. Trainen heeft meer te maken met hondensport dan met huishonden, maar opvoeding behoort iedere hond te krijgen. Als u een fanatiek hondensport-beoefenaar bent, doet u zichzelf geen plezier door een Ridgeback aan te schaffen. De “Will-to-please” is geen prioriteit geweest bij de ontwikkeling van de Ridgeback, omdat men behoefte had aan een hond die zelfstandig te werk kan gaan en een bepaalde mate van onafhankelijkheid bezit. Een Ridgeback verveelt zich bovendien snel, en is moeilijk te motiveren om oefeningen steeds maar weer uit te voeren. Met behulp van voerbeloning is er zeker wel iets te bereiken met een Ridgeback, maar er zijn maar weinig  Ridgebacks die het gebracht hebben tot enig sport niveau.  Sommige Ridgebacks vinden behendigheid leuk, en een enkeling behaalt redelijke resultaten op de jachttraining, maar in geen enkele tak van hondensport zult  u Ridgebacks in de top aantreffen. Er zijn helaas maar weinig vormen van hondensport die de oorspronkelijke functie van de Ridgeback kunnen benaderen, op “coursing” na. Echter, in Nederland is de renbaan niet toegankelijk voor niet windhonden. In de USA doet de Ridgeback het overigens erg goed op de coursing! Als ze oud genoeg zijn vinden ze het ook heerlijk om mee aan de fiets te lopen.  

Opvoeding 

Opvoeding is uiteraard van belang voor iedere hond. Met opvoeding bedoel ik; het gedrag van de hond zodanig sturen dat je er zelf mee kan leven en hij geen overlast bezorgd in de maatschappij. Dit wil zeggen dat u hem een aantal zaken bij moet brengen:

  • huisregels
  • verzorging
  • zindelijkheid
  • aangelijnd lopen
  • los lopen en terugkomen
  • sociaal gedrag t.o.v. andere mensen
  • sociaal gedrag t.o.v. soortgenoten

huisregels

Het is van belang dat u zelf goed nadenkt over hoe u met uw hond wilt samenleven. Wees consequent!  Wilt u de hond op de bank toestaan, of wilt u dat hij op zijn eigen plaats gaat liggen? Beide zijn prima mogelijk, mits u een aantal dingen in de gaten houdt. De bank is van u, en de hond mag daar met uw toestemming liggen. Het moet niet zo zijn dat u er niet meer bij mag zitten van de hond. Een hond wordt niet “dominant” omdat hij op de bank mag, het is simpelweg een kwestie van een duidelijke afspraak; hij mag op uw bank liggen, met uw toestemming. Als u hem er weer af wilt hebben, gaat hij eraf. Als u een goede verstandhouding heeft met de hond, zal dit geen problemen opleveren. U bepaalt waar hij mee speelt. Als u hem genoeg te spelen biedt, en hem binnen- en buitenshuis voldoende stimulans biedt, zal hij in huis rustig zijn en niet aan de meubels knagen. Een pup die zich verveelt zal eerder sloopgedrag ontwikkelen dan een pup die een paar keer per week buiten spannende dingen meemaakt en die zich uit kan leven met andere honden. Wat men zich vaak niet realiseert is dat een pup vaak uit is op uw aandacht. Iedere keer als hij ergens zijn tandjes inzet, loopt u naar hem toe, zegt er wat van of spreekt hem bestraffend toe. Omdat voor een jong dier niets zo frustrerend is als verveling, is zelfs negatieve aandacht beter dan helemaal geen aandacht.  U beloont de pup als het ware voor het knagen. Bovendien zult u merken dat u de hele dag door “foei” loopt te roepen, erg vervelend voor zowel de pup als uzelf. Geef de pup genoeg te doen, verzin leuke spelletjes voor hem, zoals: een petfles met brokjes erin; een melkpak met een speeltje erin, een afgeknipte oude broekspijp met een paar knopen erin waar hij lekker aan kan sjorren; etc.

Op momenten waarop u hem niet in de gaten kunt houden, zet hem in een ruimte waar hij niets kapot kan maken, zoals een bench maak er zijn slaapplek van.. De kunst is niet het bestraffen van slopen, maar het voorkomen ervan! Als een hondje zich eenmaal heeft aangeleerd dat slopen leuk is, zal hij dit regelmatig in de praktijk brengen. Een heel belangrijk principe in de opvoeding van een hond is dat u, hem nooit ergens achteraf voor mag straffen!!!

Met achteraf straffen bedoel ik; hem op zijn kop geven als u thuiskomt en de bank is gesloopt, of hem met een krant slaan als hij deze in uw afwezigheid heeft versnipperd, of hem met zijn neus door de urine halen als hij ergens geplast heeft. Maar ook, na mopperen als hij niet geluisterd heeft, of hem bestraffend toespreken als hij na een half uur naar u toekomt terwijl u hem al veel eerder riep.

Belonen of straffen moet gebeuren tijdens het uitvoeren van het gedrag dat u wilt belonen of corrigeren! Een aantal voorbeelden:

  • u wilt uw hondje laten zitten, en hij doet dat eventjes en staat direct weer op. U zegt “braaf”? Wat beloont u nu? Niet het zitten, maar het opstaan!
    U leert hem snel weer op te staan als hij gezeten heeft. Beloon hem terwijl hij zit!
  • de pup knaagt aan het bankstel, maar omdat u daar niet op reageert gaat hij over op een leuk speeltje. U zegt "en denk erom dat je nooit meer aan de bank knaagt!" Wat bestraft u nu? Het spelen met het speeltje!
  • de pup komt naar u toe, maar u stond al een half uur te roepen. U zegt “verdorie, ik roep je al een half uur!” wat bestraft u nu? Het komen! De volgende keer zal hij nog langzamer komen!

Een hond kan niet redeneren, maar wel heel goed associëren. Als u hem bij uw thuiskomst straft als er iets kapot is, kan hij zelfs de link leren leggen tussen een veranderde situatie in huis, en straf van de baas. Als de hond kruiperig is bij thuiskomst, zegt men dan “hij gedraagt zich schuldig”. Onzin

natuurlijk, hij gedraagt zich onderdanig omdat hij straf verwacht. Denkt u dat hij zich ook schuldig voelt als hij de bank aan het slopen is? Nee hoor, want hij is nog nooit op dat moment bestraft, hij verbindt niet het slopen met de straf, maar de thuiskomst van de baas! Straffen bij thuiskomst is dus zinloos, het enige wat u hem leert is te kruipen als u thuiskomt. 

Verzorging

Een Ridgeback kan wat overdreven reageren als u “iets van hem wilt”, zoals nagels knippen, oren schoonmaken, pootjes schoonspoelen etc. Het is dus erg belangrijk om al jong regelmatig even dit soort dingen te oefenen, en ervoor te waken dat dit geen onprettige ervaring wordt voor de pup.    Als hij bij u ligt, speel dan eens een beetje met zijn voorpootjes, til zijn oortjes op, raak zijn nageltjes aan. Leer hem dat het geen vervelende dingen zijn die u met hem doet. Als uw hond wat ouder is, en u volledig vertrouwt (u heeft hem tenslotte nooit onprettige ervaringen bezorgd) zal het geen probleem zijn om hem te verzorgen.

Zindelijkheid

Hoe u uw hondje moet leren om zijn behoefte buiten te doen, staat hierboven al beschreven. Echter, wat erg belangrijk is, is dat u als hondenbezitter uw verantwoordelijkheid neemt en uw hond niet de straat of de kleine stukjes groen in de woonwijken laat bevuilen. Mensen die hun honden laten poepen op de groenstrookjes in de stad, zijn er de oorzaak van dat er steeds meer bordjes “verboden voor honden” verschijnen. Nog even en onze honden mogen nergens meer lopen! En mocht het toch gebeuren ruim het op!! Neem poep zakjes mee.

Niets is eenvoudiger dan uw pup te leren op 1 plaats, bijvoorbeeld een stukje goot voor uw eigen huis of in de tuin zijn behoefte te doen. Neem de pup simpelweg iedere keer mee naar deze plaats, loop er wat heen en weer en laat u niet verleiden om steeds verder weg te lopen. Hoe verder u loopt, hoe meer afleiding, hoe langer het duurt voordat hij plast! Een stukje goot van 5 meter is niet interessant, de pup heeft er niets anders te doen dan te plassen of te poepen. Belonen en weer mee naar binnen nemen. Voordat u naar het park gaat, kunt u de hond even in de goot zijn behoefte laten doen, zodat niemand u ervan kan beschuldigen dat de kinderen in de poep moeten spelen. Neem ook altijd een zakje mee, voor ongelukjes. Het is uw hond, u bent verantwoordelijk voor de zooi die hij maakt.

Aangelijnd lopen

Uiteraard loopt uw pup altijd aangelijnd in de woonwijk. Als u de pup los laat lopen langs wegen, riskeert u willens en wetens zijn leven. En ook een auto die 30 rijdt, in een woonwijk, kan een hond gemakkelijk doodrijden! Een hond is geen robot, hij zal nooit zo goed kunnen luisteren dat hij voor  100% zeker altijd op de stoep zal blijven. Een bekende aan de overkant, even schrikken van iets en wegschieten, een kat of een speelkameraadje, allemaal goede redenen voor een pup om even weg te lopen. Kortom, waar auto’s kunnen komen gaat de hond niet los!

Ervan uitgaande dat u dus regelmatig met de hond aan de lijn loopt, moet hij natuurlijk leren om dit te doen zonder te trekken. Hiervoor zijn verschillende methodes. Ten eerste moet de pup weten dat het hem wat oplevert als hij meeloopt zonder te trekken. Dus, zeker in het begin; belonen voor ieder stapje dat hij netjes meeloopt (stem/speeltje/brokje). Ten tweede, geef hem ruimte aan de lijn! Door de lijn kort te houden dwingt u hem als het ware om te trekken. Hij went aan het gevoel van een strakke lijn en zal dat zelfs bewust zoeken. Een slipketting werkt averechts, veel pups zullen weg proberen te komen van die druk op hun nek, en alleen maar harder trekken. Correcties aan de lijn werken slechts een paar seconden, de pup went er gewoon aan dat u iedere twee stappen aan die lijn rukt. Het enige wat u ermee bereikt is een “harde nek” bij uw pup.

Leer hem in plaats daarvan dat trekken hem niets oplevert. Wat wil de pup? Hij wil sneller vooruit gaan, dus hij trekt aan de lijn. Geeft hem niet zijn zin, maar sta in plaats daarvan gewoon stil. U gaat pas weer verder als de lijn weer slap hangt. U beloont uiteraard direct zodra de lijn slap hangt. Als u dit consequent volhoudt, dus IEDERE keer als hij trekt staat u stil, dan kunt u hem in een zeer korte tijd leren om niet te trekken. Laat de pup niets bepalen ook niet de route, en let op uw eigen looptempo. Hoe langzamer u loopt, hoe meer de pup zal trekken, er is immers zo veel te zien en te ruiken voor hem! Hou onderweg contact met hem, probeer zijn aandacht regelmatig te vragen. Zolang hij naar u opkijkt, zal hij niet trekken! Laat hem altijd aan dezelfde kant lopen, dat is duidelijker voor hem, dat is zijn vaste plaats, bijvoorbeeld links naast u. Speel onderweg met hem, met een speeltje waar hij veel aandacht voor heeft. Doe zijn halsband niet te los of te strak om, te los kan hij ontsnappen. 

Belangrijke eerste oefening

Een oefening die wij als Roodepracht voor de RR zeer belangrijk vinden is de oefening van komen en of blijven staan, dat kan helpen in nood situaties. Leer de pup al vroeg bij u te komen dat kan al in huis geoefend worden, geef alleen bij deze oefening een andere dan gewoonlijk lekkere beloning een zogenaamde hoge beloning. Zodat hij altijd graag wil komen als je hem roept  ( maar 1 maal roepen om te komen anders even iets anders doen en dan opnieuw ).

Probeer commando’s  kort te houden.  Dat kun je ook later gaan combineren met een zgn. jachtfluitje dat hij u van ver kan horen als je hem uit het oog bent verloren in het bos of dergelijke.

@ Google op internet; Hoe herken ik lichaamstaal van een hond, ook een leerzaam onderwerp en hulp in de opvoeding.

Loslopen en terugkomen

Natuurlijk moet een pup regelmatig los kunnen lopen. Niet alleen voor zijn beweging, maar meer nog voor zijn socialisatie en het contact met soortgenoten. Wacht niet met het loslopen, want hoe ouder de pup, hoe verder hij van u weg zal lopen. Als uw het 8 weken oude pupje voor het eerst loslaat, zult u uw best moeten doen om niet over hem te struikelen, want hij zal niet ver bij uw voeten vandaan gaan!

Begin direct met het stimuleren van het terugkomen bij de baas, door alle aandacht die hij voor u heeft te belonen.(hoge beloning want terug komen is van levens belang)  Komt hij uit zichzelf naar u toe, direct belonen. Kijkt hij vanaf een afstandje naar u, direct belonen met uw stem.

Hij moet leren op u te letten. Wandel een stukje met hem, en zorg ervoor dat u niet achter de pup aanloopt, of op hem wacht als hij achter blijft hangen. Hij moet direct leren dat hij u niet uit het oog moet verliezen.

Leuke spelletjes om hem te leren naar u toe te komen zijn;

  • Heen-en-weer roepen; met twee personen gaat u een eindje uit elkaar zitten en roept de pup heen en weer. Uiteraard krijgt hij bij alle twee een lekkere beloning! Hou het kort maar doe het vaker.
  • Verstoppertje; spring, als hij even niet oplet, achter een boom en roep hem 1 keer. Laat hem zelf zoeken en beloon uitbundig als hij u gevonden heeft.
  • Wegrennen; als de pup voor u uit loopt en niet op u let, draait u om en ren de andere kant uit. Als hij u “gevangen” heeft, speelt u uitgebreid met hem.

Roep hem niet alleen om hem aan te lijnen, want dan krijgt hij negatieve associaties bij het terugkomen. Roep hem een paar keer tijdens de wandeling alleen om hem te belonen en om met hem te spelen.

Lijn hem niet altijd op hetzelfde punt aan. Mensen zijn ook gewoonte dieren en zijn geneigd altijd dezelfde route te lopen. De hond weet precies waar hij altijd aangelijnd wordt en zal dan misschien niet terug willen komen op dat punt.

Geef geen nutteloze commando’s!! Als uw pup aan het spelen is, zal hij waarschijnlijk niet terugkomen als u hem roept. Hoe langer u roept, hoe zinlozer uw commando’s worden. Bovendien weet de pup door uw constante geroep dat u nog steeds in de buurt bent, dus hoeft hij niet terug te komen als hij niet alleen gelaten wil worden. Wacht in plaats daarvan een goed moment af om hem te roepen. Als het spel even een dood moment bereikt heeft, of de pup kijkt toevallig even naar u, dan heeft u een veel betere kans op succes met uw roepen. Roep 1 keer, met een hoge, vrolijke stem, en ren direct weg als hij nog twijfelt. Het tonen van een speeltje of iets lekkers kan helpen om hem over te halen om achter u aan te komen. Als hij eenmaal bij u is, uitgebreid belonen, met uw stem, voer of een speeltje.

Loop nooit achter hem aan en probeer hem niet te vangen! Hij zal er alleen maar van leren dat hij sneller is dan u! U kunt hem toch niet dwingen om te komen, dus lok hem liever!

Als hij eenmaal bij u is, beloon hem altijd uitbundig, ook als het te lang geduurd heeft naar uw zin! Hij komt NU, dus is NU braaf! Grijp hem niet vast aan zijn halsband of vel, maar lok hem met een brokje dicht naar uw lichaam en pak zijn halsbandje rustig van onderaf vast. Als u de pup vastgrijpt, krijgt u een hond die wel komt, maar net buiten bereik van de hand blijft of steeds wegspringt als u uw hand uitsteekt! Geen hond vindt het leuk om “gevangen” te worden, dus als u hem te ruw vastpakt, straft u hem als het ware voor het komen! Als u de pup aangelijnd heeft, speel dan nog even met hem.

Voor veel honden betekent de riem “einde van de lol” waardoor ze vaak niet willen komen als ze de riem zien. Voor een aantal Ridgebacks is het terugkomen als de baas roept een probleem. Dit is geen eigenwijsheid maar een kwestie van intelligentie (van de hond!) Heeft u de hond een paar keer wat te ruw gevangen, of eindigt zijn pleziertje als hij aangelijnd wordt, dan zal hij eieren voor zijn geld kiezen en niet meer naar u toe komen. Als hij straf verwacht als hij bij u terugkomt, verpest u niet alleen het terugkomen maar ook uw band met de hond. U schendt het vertrouwen van de hond en gedraagt zich zeer onrechtvaardig door hem te straffen voor iets wat hij goed doet; namelijk, bij de baas komen!

Door zo jong mogelijk te beginnen met de hond te leren dat komen bij de baas het allerfijnste is, kunt u het probleem van een weglopende of niet luisterende hond voorkomen. En misschien ongelukken voorkomen.  

Sociaal gedrag t.o.v. mensen

Bij de gemiddelde Ridgeback hoeft u absoluut niet bang te zijn dat het een “allemansvriendje” wordt. Het tegendeel is soms het geval, veel Ridgebacks zijn terughoudend of zelfs wat agressief tegenover vreemden! Hoewel dit ook gedeeltelijk genetisch bepaald is, speelt u daar zelf een grote rol in. Stimuleer interesse in vreemden door hem te belonen als hij mensen wil begroeten. Laat ze hem even aanhalen, of zelfs een brokje geven. Of vertel anders de mensen dat ze moeten wachten tot de hond hen benaderd. Het achterna jagen van fietsers, brommers, joggers en skaters is voor veel honden een probleem. Jagen zit de Ridgeback in het bloed, en snel bewegende voorwerpen zijn erg aantrekkelijk voor ze. Voorkomen is weer de beste methode, want als de hond eenmaal “op gang” is, kunt u hem toch niet meer bereiken. Bovendien beloont het gedrag zichzelf, want die fietser rijdt toch wel door, waardoor de hond iedere keer “overwint”. Als u een fietser aan ziet komen, leidt de pup direct even af m.b.v. uw stem, een speeltje of een brokje. U laat hem pas weer gaan als de fietser ver weg is, om te voorkomen dat hij er alsnog achteraan gaat. 

Sociaal gedrag t.o.v. soortgenoten

Als u de pup regelmatig met vriendelijk soortgenoten laat spelen, zal er geen probleem optreden voordat de hond volwassen is. Dit is bij een Ridgeback pas op een leeftijd van 2-3 jaar.

Hoewel het niet per definitie “verkeerd” is dat reuen zich onderling graag willen meten, vooral als er teefjes bij zijn en de honden op hun “eigen terrein” lopen, is het erg hinderlijk als honden vechten.  Een hele zelfverzekerde hond zal over het algemeen niet snel vechten. Hij hoeft zich niet te bewijzen en zal door zijn hoge lichaamshouding al imponerend genoeg zijn voor de andere honden, die direct zullen accepteren dat hij (of zij!) de baas is. De problemen ontstaan vaak pas op het moment dat mensen zich ermee gaan bemoeien. Als honden de ruimte hebben, en hun natuurlijke gedrag kunnen vertonen, zullen er minder snel schermutselingen ontstaan. Eventuele onenigheden zijn vaak in 2 tellen geregeld. Is uw hond wat onzekerder en vecht hij graag om zichzelf te bewijzen, probeer dan zoveel mogelijk te voorkomen dat hij de kans krijgt om te vechten. Doordat hij keer op keer wint (de Ridgeback kan bijna ieder ras aan) krijgt hij een enorme kick van het vechten. Tijdens het gevecht zelf zult u niet bij hem kunnen komen, waardoor eventuele straf altijd te laat zal komen, en hem alleen maar leert om de baas te vermijden na het gevecht. Leer hem in plaats daarvan om zijn aandacht bij u te houden en vermijdt ontmoetingen met geslachtsgenoten zo veel mogelijk.

Gehoorzame Hond, een cursus in opvoeding en sociaal gedrag!

Vele honden kunnen leuk presteren in de  achter tuin, maar kunnen zich niet sociaal gedragen in dagelijkse situaties, of bij een dierenarts op tafel, tussen loslopende honden of eventjes alleen gelaten in huis of een auto.

Daarvoor zijn overal in het land puppy en gehoorzaamheid cursussen, die wij u kunnen aanbevelen.

Een hond met dit diploma is een absoluut fijne hond om te hebben; hij komt terug als hij geroepen wordt (ook als er veel andere honden om hem heen lopen), speelt met de baas als die daar het sein toe geeft, staat zijn voer en kluif af, laat zich op een tafel tillen en door een vreemde betasten, trekt niet aan de riem, ontlast zich alleen op aangewezen plaatsen, gaat niet achter fietsers of trimmers aan, springt alleen op commando in en uit de auto, gedraagt zich rustig in openbare gelegenheden, loopt netjes naast de fiets en gedraagt zich sociaal t.o.v. andere honden. Kortom; een hond die de toets van deze tijd kan weerstaan!

Voor een Ridgeback  eigenaar is dit niet alleen een uitdaging, hele leuke cursus om te volgen, maar misschien zelfs een noodzaak. De reputatie van ons ras wordt er niet beter op, dus moeten we er voor zorgen dat onze honden zich in alle situaties sociaal kunnen gedragen. Er is weinig dwang of druk voor nodig, de nadruk ligt op beloning in plaats van correcties, en de variatie aan oefeningen houdt het voor een Ridgeback interessant en leuk.

Wilt u deze cursus volgen, informeer dan bij een erkende Kynologen vereniging bij u in de buurt.

 

Hiermee hopen wij u voldoende informatie heeft kunnen lezen over zaken rondom de  aanschaf en verzorging van een Rhodesian Ridgeback  pup, zodat u een wel overwogen keuze kunt maken voor de aanschaf van dit ras. De tekst is een internet verzameling en aangevuld door ons. Het is  puur ter info, er kunnen geen rechten aan worden ontleend.

 

Een Ridgeback heeft een stabiele consequente,  zelfverzekerde maar vooral een zachte lieve baas nodig.

Met liefde bereik je alles, met dwang worden ze bang.