Hoewel de Rhodesian Ridgeback de indruk wekt een grote, luie jachthond te zijn (hij houdt van lekker lang slapen), heeft hij bewonderaars vanwege zijn aangeboren kwaliteiten. 
Hij is sociaal met een rustig, vriendelijk temperament en is een uitstekend familie gezelschap.


De Rhodesian Ridgeback in een notendop
De Ridgeback wordt vaak de Afrikaanse Leeuwhond genoemd, en komt dan ook oorspronkelijk uit Zuid-Afrika. Eigenschappen:  

  • Verwachte levensduur 10-13 jaar
  • Neiging tot blaffen is gering alleen indien nodig 
  • Echt een familiedier
  • Gereserveerd tegen over vreemde
  • Sociale aandacht behoefte gemiddeld
  • Heeft veel lichaamsbeweging nodig
  • Vacht is kort en bijna geen verharing
  • Weinig vachtverzorging

Het kenmerk van dit ras is de Ridge of pronk op zijn rug. Deze wordt gevormd door een strook haren die tegen de richting in groeit. De pronk begint net achter de schouders en loopt door tot net voor de heupen. Aan het begin van deze pronk zitten er twee identieke kroontjes (kruinen), recht tegenover elkaar.
De Rhodesian Ridgeback is een sterke, gespierde, symmetrische en atletische hond. Hij heeft een groot uithoudingsvermogen en is in staat een behoorlijke snelheid te behalen. Reuen variëren in hoogte tussen 60-70 cm (40 kg) en teefjes tussen 60-65 cm (32 kg). De Ridgeback staat bekend om zijn evenwichtige en waardige karakter. Hij is toegewijd en aanhankelijk naar zijn baasje en terughoudend naar vreemden.
De kleur van een Rhodesian Ridgeback varieert van tarwekleurig tot roodbruin. Een beetje wit op de borst en de tenen is toegestaan.

 

Persoonlijkheid:
De Rhodesian Ridgeback heeft vele bewonderaars vanwege zijn aangeboren eigenschappen. Het ras bezit veel eigenschappen die geassocieerd worden met de jachthond, maar is wat taaier dan de typische jachthond. De Ridgeback heeft in zijn bekende omgeving een rustig en vriendelijk temperament en hij blaft zelden.
Hoewel hij de indruk kan wekken van een grote luie jachthond, kan er van de Rhodesian Ridgeback wel degelijk dreiging uitgaan. Deze hond werd gefokt voor de jacht en om het gezin te beschermen. De Ridgeback is eenvoudig te trainen en luistert bovengemiddeld goed.

 

Verzorging:
Rhodesian Ridgebacks zijn enorm verdraagzame honden en uitstekend gezelschap. Ridgebacks zijn dieren die  van oorsprong in groepen leven en dus houden van gezelschap van andere honden of in de meeste gevallen de mens. Deze honden kunnen goed met katten overweg als ze samen opgroeien.  Ze kunnen ook  zeer goed met kinderen overweg, maar zowel de hond als het kind moet leren zich te gedragen in elkaars nabijheid. Vanwege hun omvang kunnen jongere en nerveuzere Ridgebacks kleine kinderen per ongeluk omver lopen. Ridgebacks zijn beschermend naar kinderen en andere gezinsleden. Ze zijn uitstekende natuurlijke waakhonden en gezinsbeschermers, maar ze moeten wel weten wie de baas is.
Ridgebacks blaffen niet snel, maar zijn wel alerte waakhonden die reageren als ze iets vreemds opmerken. Hoewel het geen echte gravers zijn, moet u niet verrast zijn als er flinke, verkoelende kuilen in uw achtertuin zijn aangebracht, als u ze op een warme dag alleen laat.
Rhodesian Ridgebacks zijn zeer schone honden, ze hebben geen sterke hondengeur en verharen nauwelijks. Ze zijn gemakkelijk te houden wanneer het op voeding aankomt, maar de calorie-inname moet wel in te gaten worden gehouden om te voorkomen dat ze zich overeten en zwaarlijvig worden. Veel beweging is een must, daarbij gedragen ze zich ook rustiger. Maar dat geldt voor iedere hond.


Geschiedenis:
De Rhodesian Ridgeback wordt vaak de Afrikaanse Leeuwhond genoemd, en komt oorspronkelijk uit Zuid-Afrika. De geschiedenis van het ras gaat terug naar de 16e eeuw, toen de eerste Europeanen de binnenlanden van Kaap de Goede Hoop verkenden. Daar ontdekten ze de Khoikhoi (Hottentotten). Dit volk hield half-tamme honden waarvan de vacht langs de ruggengraat in tegengestelde richting groeide. Dit is wat we nu de 'ridge' (pronk) noemen.
De Rhodesian Ridgeback werd gefokt door de Boeren, die behoefte hadden aan een jachthond in het ongerepte Afrika. Ze hadden honden nodig die klein wild konden opjagen, groter gewond wild neer konden halen en 's nachts hun boerderij konden beschermen tegen dieven en wilde dieren. De Boeren hadden ook een hond nodig die bestand was tegen de ontberingen van de Afrikaanse jungle en het grote temperatuurverschil tussen dag en nacht. Verder moest hij 24 uur zonder water kunnen, en een korte vacht hebben, zodat hij minder last zou hebben van teken. De hond moest daarnaast zijn vrouw en kinderen gezelschap bieden en beschermen.

In 1922 heeft een groep fokkers in Zimbabwe een standaard opgezet voor de Rhodesian Ridgeback die tot op de dag van vandaag vrijwel onveranderd is.